06 | COLUMN

Paul Minken, ecoloog bij de gemeente Utrechtse Heuvelrug:

DE HAKEN EN OGEN AAN SOORTENMANAGEMENTPLANNEN (SMP’s)



Op 19 februari was ik op het Symposium Soortenmanagementplannen van de provincie Gelderland. Vier pilotgemeenten lieten zien hoe ze in de praktijk werken met deze nieuwe aanpak om ontheffingen in het kader van de Wet natuurbescherming te regelen. Toch zie ik wel wat praktische hobbels: zo’n smp kan heel kostbaar gaan uitpakken voor kleinere, landelijke gemeentes met weinig budget, weinig ruimtelijke ontwikkeling en juist wel veel beschermde soorten.

VAN LOSSE ONTHEFFINGEN NAAR ÉÉN GEBIEDSONTHEFFING

Het is natuurlijk een prachtig idee om de bescherming van soorten niet langer te regelen via losse ontheffingen voor ieder initiatief, maar met één langlopende gebiedsontheffing, gebaseerd op een gemeentebrede inventarisatie van beschermde soorten. Uiteraard inclusief plan (het smp) hoe je daar als gemeente mee omgaat. Het werkt een stuk efficiënter, initiatiefnemers weten beter waar ze aan toe zijn en ook beschermde soorten schieten er wat mee op: één grotere en goed doordachte maatregel werkt vaak beter dan voor ieder los initiatief weer een apart nestkastje ophangen.


De provincies zijn er dan ook enthousiast over. De provincie Gelderland geeft subsidie voor het opstellen van een smp: 50 procent van de kosten tot een maximum van 25.000 euro. De provincie Utrecht gaat zelfs tot50.000 euro. Win-win-win zou je zeggen.

HAKEN EN OGEN

Vooropgesteld: het idee achter smp’s vind ik erg goed. Maar ik zie ook haken en ogen, vooral in de praktische uitvoering. Neem onze gemeente, Utrechtse Heuvelrug. Een relatief kleine gemeente met een groot oppervlak aan natuur. In stedelijke gemeentes gaat het smp vooral over de drie grote gebouwbewoners: vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. Daar gaat het vooral over isolatie en renovatie.


In een gemeente als Utrechtse Heuvelrug heb je het al snel over twaalf of meer soorten: veel soorten van het buitengebied komen ook voor in onze dorpsranden Wij moeten ook onderzoek doen naar de zandhagedis, kamsalamander en hazelworm, steenuil, om er een paar te noemen.


En dat is nog afgezien van flora. Voor onze gemeente heb je het dan al snel over vijfhonderdduizend euro als je alles wil inventariseren. Dan is zo’n subsidie van 50.000 euro opeens een schijntje. En dat is nog afgezien van de verplichting tot monitoring die je als gemeente aangaat en maatregelen die je zal moeten uitvoeren. Dit gaat voor al die soorten ook nog zo’n 20.000 euro per jaar kosten. Dan heb je het met een looptijd van vijf jaar al over zes ton.

WIE BETAALT?

Nu worden er natuurlijk ook heel veel kosten gemaakt aan ecologisch onderzoek, maar die worden opgebracht door de initiatiefnemers. Bij een smp kunnen zij op de gemeentelijke ontheffing meeliften, dus is het logisch om ze er ook aan mee te laten betalen.


Dit is nog niet zo eenvoudig: je mag als gemeente de kosten van je smp niet doorberekenen als leges. Daarnaast is de gemeente ontheffingshouder, terwijl de gebruikers het smp moeten uitvoeren. Dat moet kloppen met waar de gemeente ontheffing voor heeft gekregen. Als gemeente loop je daarin dus een risico. Bovendien vraagt het om heel veel kennis binnen het gemeentelijk apparaat om dit goed te kunnen controleren, én veel capaciteit.


En dan is het ook steeds de vraag of het betaalbaar kan worden voor Utrechtse Heuvelrug, waar weinig gebouwd en ontwikkeld wordt. Ik heb het met de wethouder besproken, maar ik zie nog niet voor me hoe we die vijf ton er bestuurlijk doorheen gaan krijgen. Natuurlijk begrijpt hij het belang ervan en ziet hij in dat zo’n smp ook voor de omgevingswet gebruikt kan worden. Maar ik kan me ook voorstellen dat een bestuurder zegt: “die mussen en andere beesten kosten me een paar ton!”.

HOE PAK JE HET AAN?

Ook de methodes moeten nog goedgekeurd worden door de provincies. Er is weinig eenheid. Het zijn grote oppervlaktes die onderzocht moeten worden, met de huidige protocollen wordt dat een enorm tijdrovend karwei. Met alternatieve methodes loop je weer de kans dat je zwaar beschermde soorten over het hoofd ziet.


In de uitvoering kun je met vrijwilligers werken, maar ook de coördinatie en begeleiding daarvan kost tijd en geld. En het is de vraag hoe betrouwbaar de gegevens zijn die je zo krijgt. Wij zijn als gemeente in gesprek met verschillende partijen, maar hebben nog geen goed antwoord gevonden.

WIE DENKT MEE?

Misschien kunnen we slimme samenwerkingsverbanden aangaan, bijvoorbeeld met woningbouwcorporaties. Een alternatief is een kansenkaart, waarop je grote populaties in beeld brengt. Het nadeel daarvan is dat die niet gemeentedekkend is én dat de kans groot is dat er alsnog een ecologische quickscan gedaan moet worden. Maar dan heb je in ieder geval de populaties in beeld. Het doel van de wet is uiteindelijk het behoud van populaties, geen individuen.


Kortom, je doet een smp er ‘niet zomaar even bij’. Het is complexe materie, zeker voor gemeentes zonder veel ecologische kennis. Maar uiteindelijk moeten we er wel allemaal wat mee.
Misschien zie ik het te somber in, op de bijeenkomst in Gelderland was de teneur: we moeten het gewoon gaan doen en ondervinden. Daarbij kunnen de grotere, stedelijke gemeentes wellicht het voortouw nemen.


Dus: ik vind het een prachtig idee, maar hoe gaan we het uitvoeren? Hoe kun je het op een goede manier doen, hoe krijg je het kostendekkend en hoe krijg je het bestuurlijk voor elkaar? Heb jij ideeën of ervaringen? Dan wil ik het daar graag eens met je over hebben!


paul.minken@heuvelrug.nl