07 | NATUURVRIENDELIJK BEHEER

NATUURVRIENDELIJK BEHEER:

De aanpak van Apeldoorn

Natuurvriendelijk beheer, voor de gemeente Apeldoorn is dat niet nieuw. Al in de jaren negentig begon Apeldoorn met verschralingsbeheer en wilde flora: iedere zomer staan de bermen vol wilde bloemen. Langzamerhand wordt het beheer steeds verbeterd. Ernst Jan Mulderij, vakspecialist groen bij de eenheid Beheer en Onderhoud en al sinds het jaar 2000 werkzaam in het groen in Apeldoorn, vertelt enthousiast maar ook nuchter en realistisch, over de aanpak van Apeldoorn.

Zeker 300 van de 600 hectare groen, zowel binnen als buiten de kom, wordt inmiddels ecologisch beheerd, vertelt Ernst Jan Mulderij met enige trots. De gemeente zet in op wilde flora, maar ook stroken bosplantsoen en grotere bosvakken worden steeds meer natuurvriendelijk beheerd. Mulderij: “Tussen juni en augustus zijn we druk met wilde flora: zo oogsten zes gemeentemedewerkers zelf ieder jaar zelf van 120 soorten wilde flora 50 tot 60 kilo aan zaden. Deze gemeentewerkers zijn liefhebbers en hebben veel kennis over de wilde flora.


Naast hun reguliere werkzaamheden in het groen krijgen ze tijd om zaden te plukken. De zaden worden in eigen beheer gedroogd, gezeefd en samengesteld tot verschillende mengsels, afgestemd op de verschillende locaties en groeiomstandigheden in de gemeente. Daarmee krijgen met name de zichtlocaties iedere paar jaar een extra boost, zodat ze er kleurrijk en bloeiend bijstaan – belangrijk voor het draagvlak onder inwoners. Ook ons nieuwe werkgebouw is weer uitgerust met een eigen droogruimte voor wilde zaden. Dat is toch wel heel uniek!”


Steeds minder maaien

Apeldoorn is een grote gemeente, met veel hectares groen buiten de kom. “Een aantal jaar geleden hebben we onderzoek laten doen hoe we die bermen het beste natuurvriendelijk kunnen beheren”, vertelt Mulderij. “De eerste meter langs de weg bleek ecologisch gezien totaal oninteressant. Daar maakt het type beheer niet uit voor de soortenrijkdom; die strook wordt gewoon op de gangbare manier gemaaid.

De bredere bermen laten we lang staan, die worden nu eens per jaar gemaaid. Ik wil op steeds meer locaties graag toe naar eens per twee jaar; het ene jaar de ene helft, het andere jaar de andere helft. Dat maakt die stroken ecologisch gezien veel interessanter voor (overwinterende) insecten. Zo blijven we constant verbeteren.”

Bosplantsoenbeheer

Ook het onderhoud aan bosplantsoenstroken verandert langzamerhand. Gangbaar onderhoud is – behalve op veiligheid - vooral gericht op netheid en een bepaald eindbeeld, ‘cultuurlijk beheer’ noemt Mulderij dat. “Sinds een aantal jaar zijn daar twee andere categorieën bijgekomen.

Op sommige percelen wordt gekozen voor natuurlijker beheer waarbij de ondergrond niet wordt kaalgemaaid. Vooral bij grotere groenstructuren (binnen en buiten de kom), waar het kan, streven we naar ecologisch beheer. Daar blijven de beheerders in feite helemaal af; dood hout blijft er gewoon liggen en er vindt natuurlijke successie plaats.”

Natuurlijke overgangen

Een ander beheerpunt waar Mulderij zich hard voor maakt is het aanbrengen van zoombeplanting, als een natuurlijke overgang tussen open groen en bosplantsoen. Het idee is dat in parken de graspartijen niet langer worden maaien tot aan de rand van bosplantsoen, maar tot 10 à 15 meter daarvoor.

Zo ontstaat na een paar jaar een graduele overgang: een mooi profiel van laag naar hoog, met struik- en daarna boomvormers. Heel belangrijk voor insecten om hun eitjes in te leggen of in te overwinteren.


Inspiratie voor wijkbeheerders

Het beheer wordt langzamerhand steeds natuurlijker. Ook in de wijken wordt er aandacht aan besteed. Bijvoorbeeld door niet meer strak om bomen heen te maaien maar de onderbegroeiing te laten staan. Het is wel iets waar groenmedewerkers aan moeten wennen en waar ze niet altijd blij mee zijn, vertelt Mulderij. “Sommigen vinden het fijn om even met de bosmaaier een bosplantsoenvak bij te werken, dan ziet het er weer lekker netjes uit. Je hebt ook te maken met bewoners die daar erg aan hechten. Er is een ecoloog met de wijkbeheerders mee naar buiten gegaan om te laten zien waarom ecologisch beheer zo belangrijk is.

Hij heeft ze in de praktijk laten zien waarom het belangrijk is, wat het inhoudt en wat het effect is. Veel beheerders zijn krijgen te maken met negatieve reacties van bewoners. Bewoners zijn vaak bang voor een groot, onverzorgd onkruid vak naast hun woning. Die schrik kunnen we voor een groot deel wegnemen: bij woningen en in stedelijk gebied blijven we cultuurlijk beheren en houden we ook de zoomvegetatie wat meer in toom. Wat ook helpt is dat de wijkbeheerders zelf in hun wijk de kansrijke locaties kunnen aangeven. Want zij moeten het natuurvriendelijke beheer uiteindelijk dragen en uitvoeren!”

Kijken waar het kan en past

Het draagvlak voor natuurvriendelijk beheer binnen het gemeentebestuur en de directie is groot. Daar is de tijd ook naar. Mulderij praat enthousiast over het groenbeheer, maar ook nuchter en realistisch. “Je moet kijken waar het kan. Bermen en randen langs ringwegen proberen we bloeiend te houden met verschralingsbeheer en een keer per jaar maaien.

Maar de eerste meter langs weg of fietspad wordt wél regelmatig gemaaid, dat geeft een strakker beeld en dat helpt voor het draagvlak. En je moet niet doorslaan, er zijn ook andere belangen. In jarenvijftigwijken bijvoorbeeld moet je niet inzetten op wilde flora, dat past niet bij de uitstraling. Op sommige plekken en in parken wil je gewoon gemaaide gazons.”

Lange adem

Ook kunt kun je als gemeente niet van het ene op het andere jaar overgaan op ecologisch beheer. Het is een van de tips van Mulderij: neem de tijd. “Je moet een nieuwe vorm van beheer niet geforceerd invoeren. Je hebt een lange adem nodig. Daarbij helpt het natuurlijk dat wij een grote gemeente zijn, met een grote eigen dienst en veel eigen kennis. Maar ook met veel eigen beheerders op vaste plekken. Juist daarom is die lange adem belangrijk, en een constistente koers.”

De wijze van natuurvriendelijk beheer zoals Apeldoorn die inzet kan kostenneutraal, zegt Mulderij.

“Maar het moet een inhoudelijke keuze zijn, niet financieel gedreven. Er is een periode geweest dat dit beheer goedkoper was door minder maaien, maar ook een periode dat we juist extra kosten hadden. Het gemaaide gras werd gezien als verontreinigd afval, wat duur afgevoerd moet worden. Inmiddels zijn er veel alternatieven, waarbij het maaisel juist als grondstof dient: door er papier van te maken, door het te fermenteren. Mooie innovaties in het kader van duurzaamheid én kosten. Maar het is belangrijk dat je als gemeente uit die discussie over financiën ziet te komen.”

Dilemma: bomen of bloemen?

Verder is het belangrijk om duidelijke keuzes te maken over waar je wel en niet natuurvriendelijk beheert. Ecologisch groenbeheer past qua uitstraling niet overal. Ook bijten de verschillende vormen van natuurvriendelijk beheer elkaar soms: zo is verschraling goed voor wilde flora, maar slecht voor de bomen in die groenstroken. Dat vraagt om keuzes. Mulderij: “Wij hebben besloten dat we langs de ringweg de wilde flora belangrijk vinden, en dus accepteren we dat er soms bomen uitvallen en dat er gaten in de bomenrij vallen.

Terwijl we langs de wegen de stad in de bomenrijen beeldbepalend vinden en prioriteit geven. Daar injecteren we dus soms juist weer voedingsstoffen in de grond. Dat zijn keuzes die je bewust moet maken. Gelukkig hebben we een goed groenstructuurplan als basis van waaruit we die keuzes kunnen maken en motiveren.”

Uitwisselen is belangrijk

De belangrijkste tip van Mulderij? “Zoek elkaar als gemeenten op! Biodoversiteit is hot: overheden willen graag bijdragen! Wij nemen bijvoorbeeld deel aan een leernetwerk ecologische bermen voor Gelderse gemeentes, gefaciliteerd door Landschapsbeheer Gelderland. Daar zie je dat gemeentes als Ede en Apeldoorn al heel ver zijn met natuurvriendelijk beheer, terwijl in andere gemeentes soms meer agrarische belangen spelen, of van oudsher meer ‘netheidsdrang’ speelt.

Het is leerzaam en motiverend om ervaringen te delen, zo kom je samen verder. Uiteindelijk gaat het er natuurlijk niet om dat ook andere gemeenten zelf zaden moeten gaan winnen, al is dat een leuk aansprekend verhaal. Het gaat vooral om het hebben van visie en motivatie!”