06 | COLUMN

Paul Minken, ecoloog bij de gemeente Utrechtse Heuvelrug:

NATUURINCLUSIEF VERDUURZAMEN
IS NOG EEN HELE KUNST


Bij ons in de gemeente heeft een wethouder het plan geopperd om op een heideterrein tussen Driebergen en Rhenen allemaal zonnepanelen aan te leggen. Bij mij gaan dan alle alarmbellen rinkelen: er zit daar een populatie zandhagedis, trekt die straks niet aan het kortste eind?


Natuur en duurzaamheid staan niet zelden op gespannen voet met elkaar. Willen we niet, kunnen we niet? Het begint er eigenlijk mee dat we het vaak gewoon niet weten. Bovendien zijn beschermde soorten er ook bij gebaat dat we iets tegen klimaatverandering doen; die hebben er niets aan als hun leefgebied straks onder water staat of verdroogt. Misschien staat het verlies van die ene populatie dus wel gewoon in verhouding tot de winst die bijvoorbeeld een zonnepark oplevert: wie zal het zeggen?


En zo zijn er tal van voorbeelden. Je hoort nu veel over de combinatie zonnepanelen op sedumdak: het sedumdak koelt in warme zomers en vergroot zo het rendement van de panelen. Maar die zonnepanelen moeten toch ook een effect hebben op de vegetatie? Ze vangen water en een hele zaadbank op en voeren dat af naar één punt. We zien nu al veel onkruid opkomen. Er gaan zelfs geluiden op om die sedumdaken dan maar weer weg te halen – enorm zonde.

NATUUR STAAT ALTIJD OP ACHTERSTAND

Als ecoloog voel ik me hierin soms machteloos. Hoe kan ik goed adviseren als eigenlijk niemand weet wat de effecten zijn? Bovendien staat natuur toch al vaak op een paar punten achterstand. Alleen al vanwege de tijd: goed doen voor natuur vraagt grondig onderzoek. Dat kost tijd en duurzaamheid heeft dat niet. Voor duurzaamheid zijn de opgaven veel strenger dan voor de natuur: er zit meer snelheid en druk achter vanuit de overheid. We willen voorkomen dat het Rijk locaties voor bijvoorbeeld windmolens gaat aanwijzen als we als regio de parken zelf niet vlot genoeg aanleggen. Dus gaat de gedeputeerde van duurzaamheid als een speer, en worden soms belangen als natuur over het hoofd gezien.


Daar komt bij dat grote duurzaamheidsprojecten op zichzelf al moeilijk te realiseren zijn. Iedereen is allang blij als er zonder al te veel weerstand een locatie voor een windmolenpark is gevonden. Daarbij wordt vaak gezocht naar plekken waar het makkelijk gaat: de overheid werkt liever met één dan met zestien boeren. Dat dat misschien niet beter is voor de natuur, wordt niet altijd gezien.


Kortom: voor natuur is weinig oog in duurzaamheidsprojecten. Als je geluk hebt ‘doet men het er wel even bij’. Probeer dan maar eens te vertellen dat je het eigenlijk liever anders ziet. Hartstikke leuk, zo’n zonneveld met ruimte voor de natuur, maar als je er een hek omheen zet heeft de natuur er helemaal niets meer aan.

SLIMME COMBINATIES

Ik zou willen dat verduurzaming meer samen optrekt met natuur, dat er slimme combinaties komen. Die zijn er, ik heb zelf ideeën genoeg. Als je bijvoorbeeld dakpannen integreert met zonnepanelen, kun je daar misschien meteen een mussendakpan van maken. Technisch moet dat kunnen. De markt moet er dan natuurlijk wel om vragen, en ook daar is nog een wereld te winnen. Neem de gemiddelde particulier: die denkt dat hij met het isoleren van zijn huis goed bezig is. Wie denkt er dan aan de mussen onder de pannen, de vleermuizen in de spouw? Ik ben al blij als ik daarop kan sturen en mensen kan overtuigen pas te isoleren na het broedseizoen. Daar houdt het dan wel zo’n beetje op. Het is tenslotte niet vergunningplichtig vanuit de gemeente en mensen weten vaak niet dat een vergunning vanuit de natuurwetgeving nodig kan zijn als er beschermde soorten zitten.


Bovendien wil je als ecoloog niet altijd met het vingertje wijzen. Je wilt concrete oplossingen kunnen aandragen, positief meedenken, instrumenten aanreiken of een tegenberekening doen: kijk, het hoeft met natuur helemaal niet duurder te zijn. Misschien kun je zonnepanelen wel combineren met het weiden van koeien, of met een viskwekerij – heb je meteen een waterberging als klimaatadaptatiemaatregel. Je kunt natuur soms ook handig meenemen als er vanuit civiel oogpunt iets moet gebeuren. Als er in een weg een goot nodig is voor de afvoer van regenwater, dan denk ik meteen: zo’n goot kan ook een faunapassage zijn. Dat zijn mooie combinaties die helemaal geen extra geld hoeven te kosten. Je wilt dus eigenlijk kant-en-klare oplossingen aandragen, mensen verleiden om zonder al te veel moeite iets voor natuur te doen. Als we daarvoor nou een handreiking konden ontwikkelen, of een catalogus voor natuurinclusief verduurzamen: dat zou geweldig zijn.


En dan kom ik weer terug bij waar ik begon: er is veel meer onderzoek en kennisdeling nodig rond het combineren van verduurzaming en natuur. Ook om te voorkomen dat we het kind met het badwater weggooien: misschien zorgt meer natuur bij windmolenparken alleen maar voor meer slachtoffers. Hoe meer je weet hoe ingewikkelder het soms wordt.

WIE WIL MEEDENKEN?

Wie herkent deze situatie en zou het hier ook graag eens over hebben? Hoe kunnen we lessen delen zodat we van elkaar kunnen leren? Hoe kunnen we hier binnen gemeenten tijd en financiën voor vinden?


Wie een idee heeft: neem contact met mij op, misschien kunnen we er gezamenlijk wat van maken.
paul.minken@heuvelrug.nl