04 | ZONNEPANELEN ALS VERDIENMODEL

ZONNEPANELEN
financieren nieuwe natuur

Het Groen Ontwikkelfonds Brabant schuwt de inzet van (nieuwe) verdienmodellen niet om haar natuurdoelstellingen te halen. In de zoektocht naar rendabele constructies start een pilot om natuur te ontwikkelen in combinatie met zonnepanelen als economische drager. Wat volgt is een interessant proces waarin verschillende stakeholders geven en nemen om samen tot een goed plan te komen.

ZONNEPANELEN
financieren nieuwe natuur

Het Groen Ontwikkelfonds Brabant schuwt de inzet van (nieuwe) verdienmodellen niet om haar natuurdoelstellingen te halen. In de zoektocht naar rendabele constructies start een pilot om natuur te ontwikkelen in combinatie met zonnepanelen als economische drager. Wat volgt is een interessant proces waarin verschillende stakeholders geven en nemen om samen tot een goed plan te komen.

Na de bezuinigingen van Bleker koos Brabant toch voor behoud van de oorspronkelijke opgave voor de Ecologische Hoofdstructuur (nu het Natuurnetwerk Brabant). Om de realisatie van al die hectares nieuwe natuur in goede banen te leiden werd het Groen Ontwikkelfonds Brabant in het leven geroepen.

Een deel van die nieuwe natuur wordt gerealiseerd als onderdeel van het Ondernemend Natuurnetwerk Brabant; natuurontwikkeling met een duurzaam verdienmodel. De helft van de afwaardering van de grond komt uit de pot van het Groen Ontwikkelfonds, de andere helft betaalt de grondeigenaar met dat duurzame verdienmodel.

Energie als hefboom

En ineens was daar het idee om zonneparken te realiseren in samenhang met de natuur. Want de energieopgave krijgt natuurlijk ook een ruimtelijk beslag, legt directeur van het Ontwikkelfonds, Mary Fiers, uit: "Energie zal steeds meer een plek krijgen in het nadenken over de omgeving. Toen dachten wij: misschien kunnen we vanuit het perspectief van natuur kijken. De energietransitie ‘gebruiken’ om nieuwe natuur aan te leggen."

Dat werkt als volgt: een initiatiefnemer heeft grond beschikbaar met bijvoorbeeld bestemming landbouw. Hij/zij legt daarop zonnepanelen aan. De grond krijgt na 15 jaar de bestemming natuur. Het Groen Ontwikkelfonds draagt voor de helft bij in de waardedaling van de grond.

In 15 jaar tijd leveren de zonnepanelen genoeg rendement om daarmee de andere helft van de cofinanciering te verdienen. Vanaf dag één wordt ook meteen natuur gerealiseerd. Aan het eind van de periode verdwijnen de zonnepanelen en is er alleen nog maar natuur.

Voor een aantal locaties wordt door landschapsarchitecten, ecologen en energie-ondernemers een plan uitgewerkt (lees meer). De eerste ervaringen zijn positief. Complicatie is nog dat je op gronden die in het Natuurnetwerk liggen geen energie mag opwekken, laat Fiers weten. Dankzij een ontheffing van de provincie kan toch met pilots worden gestart.

Echt goed voor de natuur

Grondeigenaren bekijken de constructie met voorzichtige interesse. Dat is binnen de ontwikkeling van het Natuurnetwerk ook wel eens anders. Fiers: "We hebben nu op veel plekken te maken met veel eigenaren. Niet iedereen staat te springen om nieuwe natuur aan te leggen. Wat grondeigenaren met dit concept kunnen verdienen zal gelijk zijn aan de verpachting voor landbouwkundig gebruik: ze gaan niet met enorme bedragen binnenlopen, maar het is voldoende om de waardedaling van de grond terug te verdienen. Sommigen zien het op deze manier wel zitten, boeren die bijvoorbeeld willen stoppen, zeker omdat ze ook bijdragen aan landschap, duurzaamheid en natuur."

Er zijn ook mensen die zich zorgen maken over de effecten van zonnepanelen op de natuur. Afgelopen zomer luidden ecologen in Trouw nog de noodklok.

Er is nog weinig wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de effecten van zonneparken op natuur, beaamt Fiers: "Maar ook ik kan me voorstellen dat er, als je grond maximaal benut voor zonnepanelen, geen licht en water meer op de bodem komen en dat dat gevolgen heeft voor de natuur. Wij richten ons op het extensieve zonneveld – daarom betalen we ook mee. Ecologische waarde vanaf dag één is een voorwaarde."

Verschillende werelden

Inmiddels zijn er ontwerpsessies gestart om te onderzoeken of zonne-energie, natuurontwikkeling en een goede landschappelijke inpassing echt goed te combineren zijn met elkaar. Tijdens die sessies zitten de initiatiefnemer, een ecoloog, landschapsarchitect en energie-expert samen aan tafel. Het is spannend voor iedereen want het zijn echt hele verschillende werelden, ziet Fiers. "Je krijgt er in ieder geval hele leuke ontwerpsessies van. Er spelen natuurlijk technische aspecten, zoals de stand van de zon, de lengte van de kabels – en of die het niet heel kostbaar maken.

Maar het is ook echt rekening houden met elkaar. De ecoloog wil vaak iets doen voor bepaalde soorten in de buurt. De verzekeraar wil om het zonnepark juist het liefst een hek zetten. Dat strookt niet met elkaar. In één van de casussen was het perceel gedeeltelijk afgescheiden door een watergang. Toen is de initiatiefnemer teruggegaan naar de verzekeraar; die vond de watergang een prima alternatief voor een hek. Daarmee was de landschapsarchitect ook weer blij, want zo blijft de zichtlijn naar de kerktoren behouden. De kunst is om niet te zeggen: het kan niet, maar te kijken: hoe kan het wel?"

Gemeenten denken na

Gemeenten zijn natuurlijk bezig met beide opgaves; energie en natuur. En hebben aandacht voor de landschappelijke kwaliteit. Dat maakt dit concept interessant voor gemeenten. Maar het kan juist ook vertragen, denkt Fiers. "Alle gemeentes zijn nu bezig met hun energievisie. Sommige visies zijn nog niet klaar. Veel gemeenten zitten dan nog volop in een denkproces en willen liever nog niet in actie komen. We zijn al wel met een aantal gemeenten in gesprek en die vinden het in ieder geval een heel interessant idee.

Je kunt naar mijn mening niet vroeg genoeg met de energie-opgave beginnen. De zonnevelden dragen daaraan bij, ook al is het maar voor 15 jaar: tegen die tijd hebben we vast alweer andere oplossingen gevonden. Tegelijk realiseer je als gemeente je natuurambities. Het scheelt bovendien dat de cofinanciering voor waardedaling van grond bij natuurontwikkeling hierbij niet uit de begroting van de gemeente hoeft te komen."


De eerste echte pilots gaan naar verwachting begin 2019 van start. Meer informatie vindt u op de website van het Groen Ontwikkelfonds Brabant >>