KOOLMEES HOUDT RUPS IN TOOM

Naar ecologische beheersing van de eikenprocessierups

De overlast van eikenprocessierupsen was enorm afgelopen voorjaar. Bestrijden is als een druppel op de gloeiende plaat en het effect bovendien maar van korte duur. Kun je het probleem ook bij de bron aanpakken door plekken met potentieel veel overlast aantrekkelijk te maken voor natuurlijke vijanden van de rups? De eerste resultaten uit onderzoek zijn hoopgevend.

KOOLMEES HOUDT RUPS IN TOOM
Naar ecologische beheersing van de eikenprocessierups

De overlast van eikenprocessierupsen was enorm afgelopen voorjaar. Bestrijden is als een druppel op de gloeiende plaat en het effect bovendien maar van korte duur. Kun je het probleem ook bij de bron aanpakken door plekken met potentieel veel overlast aantrekkelijk te maken voor natuurlijke vijanden van de rups? De eerste resultaten uit onderzoek zijn hoopgevend.

Volksvijand nummer één, zou je na alle ophef welhaast denken, maar iedereen loopt die onopvallende nachtvlinder zo voorbij. Natuurlijk, niet de eikenprocessievlinder maar zijn nageslacht veroorzaakt alle ellende. Is het voorjaar aangebroken, dan kruipen de rupsen uit hun ei om in groten getale in processie op zoek te gaan naar hun voedsel – eikenbladeren. Tot zover niets aan de hand. Tot ongeveer half mei, als de rupsen de brandharen krijgen die bij mensen de zo verfoeide jeuk en geïrriteerde luchtwegen veroorzaken. Elke rups produceert wel twee miljoen brandharen. En de soort heeft het in Nederland uitstekend naar zijn zin.

Mens trekst aan het korstste eind

2019 was een goed eikenprocessierups-jaar, bevestigt ecoloog Tim Asbreuk van Buiting Advies. “De weersomstandigheden waren in 2018 zo goed dat veel vlinders eitjes hebben gelegd, met meer rupsen en overlast tot gevolg.” Tegelijk is niet altijd te voorspellen hoe een jaar gaat verlopen. “Verpoppen is van veel zaken afhankelijk. Er zijn wel een aantal gemene delers bekend, zoals droogte en warmte.” De klimaatverandering legt de soort in ieder geval geen windeieren.

Rood-witte waarschuwingslinten sierden het straatbeeld maar veel nesten bleven hangen. Was er sprake van een capaciteitsprobleem dit voorjaar? Ja en nee, vindt Asbreuk: er waren onvoldoende bestrijders om de overlast te reduceren tot nul, maar de vraag is of dat überhaupt kan. “Nederland staat vol met eikenbomen, en eikenprocessievlinders vliegen honderden meters tot zelfs enkele kilometers om hun eitjes te leggen. Ze komen vanzelf een keer een bos of houtwal met eikenbomen tegen. Vanuit die plekken kunnen vlinders later weer terugkeren naar eiken waar ze overlast veroorzaken. Je moet dus jaar na jaar blijven bestrijden. Ik denk dat wij als mens altijd aan het kortste eind trekken.”

Bestrijding van symptomen

Momenteel worden verschillende vormen van bestrijding toegepast, in te delen in twee categorieën. In het ene geval gaat het om nesten wegzuigen of wegbranden en afvoeren. Dat is heel arbeidsintensief en er komen vaak veel brandharen vrij die soms nog jaren overlast veroorzaken. De tweede methode is biologische bestrijding met aaltjes of bacteriën, waarbij een preparaat op besmette bomen wordt gespoten. Rupsen die van het blad eten gaan vervolgens dood.

Biologisch bestrijden klinkt sympathiek, maar aaltjes discrimineren niet: ook de rupsen van andere dag- en nachtvlinders gaan dood. Daar zitten ook beschermde soorten tussen.

Bij deze gangbare vormen van bestrijding moet je van tevoren kunnen voorspellen wanneer de rupsen uit hun eitjes kruipen – en dan heeft heel Nederland op hetzelfde moment bestrijders nodig. Bovendien is het effect van beide gangbare methodes maar tijdelijk. Eigenlijk ben je bezig met symptoombestrijding.

De opmars van de eikenprocessierups

De eikenprocessierups komt oorspronkelijk uit Zuid-Europa en heeft zich de afgelopen dertig jaar noordwaarts verspreid, meebewegend op de verschuivende klimaatzones. De eerste nesten in Nederland werden in 1991 gevonden. Pas de laatste jaren is er een flinke opleving: in 2019 werden op sommige plekken drie keer zoveel rupsen gevonden dan in 2018, en ook 2018 was een verdrievoudiging ten opzichte van een jaar eerder. De rups profiteert van zachte winters en droge zomers, schrijft Wageningen UR.


Gevolg: duizenden mensen gingen dit jaar met eikenprocessierupsklachten naar de huisarts, schrijft het Kennisplatform Processierups. Het kennisplatform werd door het ministerie in allerijl opgericht na alle overlast dit voorjaar. Op basis van de vlinderdichtheid verwacht het platform ook in 2020 veel overlast.

Natuurlijk ecosysteem terugbrengen

Kun je het probleem ook bij de bron aanpakken? Verschillende ecologen aangesloten bij RANOX Natuuraannemer doen onderzoek naar natuurlijke beheersing. Dat wil zeggen: het aantal rupsen met brandharen beperken door natuurlijke vijanden in te zetten. Sluipwespen, gaasvliegen, mezen en vleermuizen doen zich allemaal graag tegoed aan de eikenprocessierups of -vlinder. Maar gewoon wat mezenkasten ophangen is niet afdoende, want een koolmees heeft in onze kortgemaaide, soortenarme wegbermen verder niets te zoeken.

“Wij hebben gekeken welke soorten er rond die rups zitten en wat zij nodig hebben", zegt Tim Asbreuk. "Op basis daarvan proberen we zoveel mogelijk het ecosysteem na te bootsen. Dat kan gaan om het inzaaien van bloemenmengsels, maar ook de aanplant van berken en wilgen naast al die eiken. Dat is goed voor andere soorten rupsen, en dat maakt een plek aantrekkelijker voor de koolmees en andere zangvogels. Zolang het binnen de actieradius van zo’n natuurlijke bestrijder valt kan een maatregel bijdragen, ook een bosje honderd meter verderop.”

Foto: Vogelbescherming

Moeten al die eiken niet gewoon uit het straatbeeld verdwijnen? “In principe is de kap van eikenbomen geen onderdeel van het plan. Het kan soms een oplossing zijn maar is wat ons betreft een laatste reddingsmiddel. Van nature komen eiken voor in onze bossen, ze hebben een plek in ons natuurlijke ecosysteem. Wel kan het zo zijn dat je bij de herinrichting van wegbermen niet alleen nieuwe eiken inplant maar kijkt: welke soorten ontbreken hier? Zo doorbreek je de monocultuur van eiken.”

Maatwerk

De aanpak vraagt maatwerk en heel breed kijken. Asbreuk: “Vleermuizen houden niet van licht, misschien moet je op plekken de verlichting aanpassen. We kijken naar het hele landschap, maar ook wat het makkelijkste en haalbaar is. Aan de rand van een bebouwde kom kun je makkelijker aanpassingen doen dan midden in de stad. Op de ene plek kun je misschien van 20 naar 40% minder overlast, op de andere plek van 40 naar 80%. Ik denk dat er in ieder geval op heel veel plekken mogelijkheden zijn om het natuurlijke systeem te versterken. En elke maatregel leidt– vind ik – tot een mooier landschap.”

Ecologische beheersing is nog vooral theorie, in de praktijk moet het allemaal nog gestalte krijgen. Ook over de kosten is nog niet alles duidelijk. “Het hangt af van de situatie maar ook van tijd. Ik kan me voorstellen dat de opstartkosten bij natuurlijke beheersing groter zijn, maar als je de juiste bomen op de goede manieren hebt geplant heb je er minder omkijken naar.” Dat vraagt maatwerk, in goed overleg met de gemeente. “Zodat je geen berken plant in een wegberm waar ze later een probleem vormen voor de verkeersveiligheid.”

Meer metingen nodig

Er lopen verschillende onderzoeken naar de effectiviteit van natuurlijke beheersing, waarvan die in Wapserveen het bekendste is (zie kader). Daaruit blijkt een reductie van het aantal nesten op locaties met natuurlijke beheersing. “Ik denk echt dat het werkt. Het is bekend dat soortenrijke systemen minder plagen hebben, we hebben de theorie achter ons. Uiteindelijk zou je meerjarig moeten meten, zodat je kunt zeggen: we meten minder rupsen, maar komt dat door de beheersing of door iets anders, en wat gebeurt er op andere plekken?”

De grootoorvleermuis, een natuurlijke bestrijder van de eikenprocessierups.

Wapserveen experimenteert met natuurlijke beheersing

In Wapserveen (Drenthe) loopt een driejarige proef met natuurlijke beheersing.

Op de proeflocatie worden natuurlijke vijanden gestimuleerd door duizenden planten aan te planten en (nest)kasten voor zangvogels en grootoorvleermuizen op te hangen. Vervolgens wordt de ontwikkeling van eikenprocessierupsen gemonitord en vergeleken met twee controlelocaties.


In het eerste jaar werden tot 85% minder nesten gemeten dan op de controlelocatie. In het tweede jaar ging het om 74 tot 80% minder nesten. Die nesten waren ook veel kleiner. Afgelopen voorjaar waren veel vogels actief, waaronder ringmussen, koolmezen en pimpelmezen. 90% van de nesten werd aangevreten, op de controlelocatie was dat maar 3 tot 6%.