DE OMGEVINGSWET:
hoe verloopt het proces en wat verandert er voor natuur?

Alice Paffen is teamcoördinator Natuurwetgeving bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Wij belden haar over de stand van zaken rond de Omgevingswet.


WAT IS DE STAND VAN ZAKEN?

Het proces van totstandkoming kent drie onderdelen: 1. het wetgevingsproces zelf; 2. de koppeling met het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) en 3. de implementatie en het veranderproces.


De Omgevingswet bestaat uit vier Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s): het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), Het Omgevingsbesluit (Ob) en het Besluit bouwactiveiten leefomgeving (Bbl) (zie ook de afbeelding hieronder).


De Omgevingswet en de onderliggende AMvB’s zijn al gepubliceerd. Daarin zitten nog niet de onderdelen natuur, geluid, bodem en grondeigendom. Die onderdelen worden via een aanvullingsspoor toegevoegd.

Voor natuur door middel van de Aanvullingswet natuur Omgevingswet, die de Omgevingswet aanvult met de wettelijke kaders uit de Wet natuurbescherming. De normen en de instrumenten van de Wet natuurbescherming worden overgeheveld zonder afbreuk te doen aan het beschermingsniveau.

De Aanvullingswet natuur Omgevingswet is op 4 juli van dit jaar vastgesteld door de Tweede Kamer en ligt nu ter behandeling in de Eerste Kamer.

Voor de inhoudelijke normstelling met betrekking tot de fysieke leefomgeving is in het stelsel van de Omgevingswet de algemene maatregel van bestuur het basisniveau. Dat betekent dat de inhoudelijke voorschriften van de Wet natuurbescherming en het Besluit natuurbescherming grotendeels zullen worden opgenomen in de algemene maatregelen van bestuur van de Omgevingswet, via het Aanvullingsbesluit natuur Omgevingswet.


In het Bal zijn de regels te vinden die gericht zijn tot de burger, zoals de regels over de gebiedsbescherming (Natura 2000) en soortenbescherming, houtopstanden, jacht, et cetera.

In het Bkl zijn de regels te vinden die zijn gericht tot het bevoegd gezag, zoals de instructieregels over het natuurnetwerk Nederland, maar ook de eisen aan een aanwijzingsbesluit Natura 2000 of de aanwijzing van een nationaal park en bijvoorbeeld regels over omgevingsverordeningen met Natura 2000 en flora- en fauna-activiteiten, beoordelingsregels Natura 2000-activiteiten en flora-en fauna-activiteiten, et cetera.

Tot slot is er nog een Aanvullingsregeling natuur Omgevingswet, die zorgt ervoor dat de Omgevingsregeling wordt aangevuld met de natuurregels uit de Regeling natuurbescherming. Hierin zijn onder andere de rijksleges te vinden, de eisen aan de examens voor jachtgeweeractiviteiten en het gebruik van eendenkooien, middelen en soorten die zijn toegestaan voor het bestrijden van soorten, etc . Dezelfde regels die ook in de Regeling natuurbescherming staan.

Het Aanvullingsbesluit natuur Omgevingswet is in september voorgehangen aan de Eerste Kamer en Tweede Kamer. De schriftelijke behandeling van de Aanvullingswet natuur en het Aanvullingsbesluit natuur heeft al plaatsgevonden. Naar verwachting zal behandeling in Eerste Kamer en Tweede Kamer begin 2020 plaats vinden.

Tot slot is er nog een Aanvullingsregeling natuur Omgevingswet, die zorgt ervoor dat de Omgevingsregeling wordt aangevuld met de natuurregels uit de Regeling natuurbescherming. Hierin zijn onder andere de rijksleges te vinden, de eisen aan de examens voor jachtgeweeractiviteiten en het gebruik van eendenkooien, middelen en soorten die zijn toegestaan voor het bestrijden van soorten, et cetera. Dezelfde regels die ook in de Regeling natuurbescherming staan.


Nieuw is dat de aanvraagvereisten die gelden bij het aanvragen van omgevingsvergunningen voor natuuractiviteiten in de Aanvullingsregeling natuur worden opgenomen. Deze eisen zijn niet nieuw, maar worden nu ook al gesteld door het bevoegd gezag bij het aanvragen van een flora-en fauna ontheffing of een N2000-vergunning.


Naar verwachting wordt de Aanvullingsregeling natuur Omgevingswet in de eerste helft van 2020 voor consultatie via internet voorgelegd.


Volgend jaar moeten ook de ict-voorzieningen gereed gemaakt worden om als bevoegd gezag aan te kunnen sluiten op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Dat is nodig zodat bij inwerkingtreding van de Omgevingswet de omgevingsvergunningen via dit digitale stelsel kunnen worden aangevraagd bij het bevoegde gezag. Samen met BZK zijn we binnen LNV en RVO bezig met de voorbereidingen om alle systemen voor vergunningaanvragen gereed te maken.

image


WAT VERANDERT ER VOOR NATUUR?

Er is niet langer sprake van een aparte wet, waarin de regels rond natuur gebundeld zijn, maar de natuurregels komen meer verspreid over de AMvB’s van de Omgevingswet terecht. De overgang naar de Omgevingswet zal leiden tot een andere ordening, maar niet tot een wijziging van het niveau van bescherming van de natuur, tot wezenlijk andere instrumenten of tot andere bevoegdheden. De overgang is beleidsneutraal. De nieuwe ordening beoogt de inzichtelijkheid in de regelgeving op het vlak van de fysieke leefomgeving – waaronder natuur – te vergroten. Dat voorkomt dat regels over de natuurbescherming in eerste instantie over het hoofd worden gezien. Het bevordert ook dat in een vroegtijdig stadium het natuuraspect integraal wordt meegenomen bij de inrichting en vormgeving van activiteiten in het fysieke domein door burgers, bedrijven en overheden en in de beleids- en besluitvorming op dat vlak.


Om de natuurregels voor iedereen makkelijk vindbaar te maken wordt voorzien in onder andere een duidelijke inhoudsopgave. De natuurregels worden zoveel mogelijk opgenomen in een apart hoofdstuk, een aparte afdeling of een aparte paragraaf.

In de memorie van toelichting bij de Aanvullingswet natuur Omgevingswet en de nota van toelichting bij het Aanvullingsbesluit natuur Omgevingswet wordt voor elk onderdeel van de natuurwetgeving nauwkeurig aangegeven hoe dit over gaat naar de Omgevingswet en daarbij behorende uitvoeringsregelgeving en waarom op die wijze. Ook bevatten de toelichtingen transponeringstabellen.


Een paar voorbeelden van de veranderingen onder de Omgevingswet:

  • De terminologie onder de Omgevingswet is even wennen. Zo wordt bijvoorbeeld een ontheffing een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit, een natura2000 vergunning wordt een omgevingsvergunning voor een natura2000- activiteit, een jachtakte een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit en een valkeniersakte een omgevingsvergunning voor een valkeniersactiviteit. Het beheerplan is onder de Omgevingswet een programma.
  • De Rijksnatuurvisie komt niet meer als zelfstandige visie terug, maar is onderdeel van de Omgevingsvisie: een nationale, integrale visie waarin allerlei aspecten van de leefomgeving geregeld worden. Ook provincies en gemeenten zullen straks een omgevingsvisie opstellen, waar natuur integraal onderdeel van is. Nieuw is dat gemeenten ook op gemeentelijk niveau een Omgevingsvisie moeten opstellen. Provincies moeten op grond van de Wet natuurbescherming nu ook al een natuurvisie opstellen.
  • In de Wet natuurbescherming is nu voor bepaalde besluiten een expliciete verplichting tot instemming van de provincie of afstemming met de provincie opgenomen. Die zijn vervangen door de algemene verplichting tot afstemming en samenwerking, als verwoord in artikel 2.2 van de Omgevingswet. Wel wordt steeds in de toelichting bij de Aanvullingswet en het Aanvullingsbesluit natuur bevestigd dat de regering zich daar ook in de toekomst onverkort aan zal houden.
  • Voor de goedkeuring van gedragscodes, leidend tot een wettelijke vrijstelling van de soortenbeschermingsbepalingen in de Wet natuurbescherming, biedt de Omgevingswet geen basis. De gedragscodes hebben onder de Omgevingswet de vorm van een ministeriële regeling.


WAT GAAT ER IN DE PRAKTIJK VERANDEREN VOOR GEMEENTEN?

Het Aanvullingsspoor natuur zal op zichzelf niet zozeer voor een verandering voor gemeenten zorgen. De bevoegde gezagen voor natuur veranderen niet. Provincies en, in sommige gevallen het Rijk, blijven bevoegd gezag. Maar veeleer de principes van de Omgevingswet zelf zullen voor een verandering voor gemeenten zorgen. Integrale besluitvorming en participatie vragen een cultuuromslag van gemeenten.

De gemeenten worden, meer nog dan nu al het geval is, het centrale loket voor alle aanvragen voor een omgevingsvergunning. Omgevingsvergunningen voor natuuractiviteiten kunnen rechtstreeks worden aangevraagd bij het bevoegd gezag (provincie of Rijk) of integraal meegenomen worden bij de aanvraag omgevingsvergunning bij gemeenten. In dat geval zullen gemeenten moeten nagaan of er een omgevingsvergunning voor een natuuractiviteit nodig is en als dat het geval is, deze voorleggen voor advies en instemming aan provincie of Rijk. Gemeenten moeten dus scherp zijn: is er ook een natuurvergunning nodig? Een belangrijke rol!


HOE KUNNEN GEMEENTEN ZICH VOORBEREIDEN?

Vanuit het interbestuurlijke programma “Aan de slag met de Omgevingswet” wordt onder meer aan decentrale overheden ondersteuning geboden bij de implementatie van de Omgevingswet. Ook het Aanvullingsspoor natuur benut de informatiestructuur van het programma zoals de opleidingsdagen in het land voor de bevoegde gezagen, maar ook de online middelen zoals het Omgevingswet magazine Kwartslag, het Omgevingswet Youtube kanaal en social media kanalen van het programma.

Gemeenten kunnen zich voorbereiden door kennis op te doen via deze kanalen en mee te doen aan pilots en projecten, en - heel belangrijk – door die kennis en ervaringen uit te wisselen. Ik wil gemeenten graag oproepen om kennisnetwerken te vormen en te leren van de koplopers. Wissel ook uit met provincies. Het is voor gemeenten ook belangrijk om zich samen met de provincies voorbereiden, als de bevoegde gezagen waar ze mee moeten samenwerken.


Meer informatie is te vinden op de websites van BZK:

aandeslagmetdeomgevingswet.nl

omgevingswetportaal.nl